2.2 Boeken als kern van leerprocessen? Nee: internet!

2.2 Boeken als kern van leerprocessen? Nee: internet!

Huidige leersystemen gebaseerd op boeken zijn eenvoudigweg niet meer goed genoeg. Ze zijn niet krachtig en zeker niet “authentiek”.

Dit naast de veranderingen in het vereiste ‘nieuwe’ leren, ook mede door het feit dat de enorme vlucht van de informatie en communicatietechnologie, zaken als interactief en collectief leren veel meer en beter mogelijk maken. Zoals reeds gesteld hebben innovatieve communicatiemiddelen het tempo van ons dagelijks leven enorm vergroot. Kennis wordt dikwijls gebaseerd op snelle communicatie en de mogelijkheid om met alles en iedereen in contact te staan. Soms leidt dat tot hilarische situaties: zoals de leerlingen die op internet de bekende componist “Bag” (Bach) niet konden vinden! 21

Onderwijs als “fast food”?

Ook de manier van eten is veranderd: zoals Henry Ford de auto’s produceerde, zo wordt tegenwoordig een groot deel van het voedsel geconsumeerd: fast food Efficiency als de kern om voedsel te bereiden is bij McDonald’s bijvoorbeeld tot in het extreme doorgevoerd.
Dikwijls heb ik het idee dat ook in het onderwijs de leerprocessen als fast food moeten worden geproduceerd. Ik noem dat “Olvarit-leren”: de leerprocessen inrichten als babyvoeding, waarbij de leerstof in geprakte vorm wordt aangeboden en door de studenten alleen nog maar hoeft worden doorgeslikt.

Dat rollenspel-simulaties zo’n “krachtiger” leeromgeving zijn, was me vanaf het begin duidelijk. Het is immers een vorm van action-learning, waardoor “leren” beter bereikt kan worden, zoals De Sousa aangeeft (zie afbeelding 19).

In mijn ogen wordt dit betere “leren” veroorzaakt, doordat “leren” onder meer het geven van “betekenis” is en juist die betekenis kan heel snel worden verduidelijkt door ervaringen en situaties in spelsimulaties. Het leuke en effectieve van een spelsimulatie is dat dikwijls zo’n “betekenis” in bepaalde spelsimulaties haarscherp zichtbaar wordt. Het klantenorder-ontkoppelpunt is zo’n voorbeeld.
In de niet effectieve leersituaties blijft de betekenis vaak diffuus! Dat leidt dan tot de situatie dat slechts een beperkt aantal van degenen die ‘leren’ de situatie zodanig overziet dat hij/zij zelfstandig de betekenis kan doorgronden.

Bovendien beklijft deze spelenderwijs ‘leren ervaring’ beter, omdat ze meer toegesneden is op het cyclisch leren vanuit elke individuele leerstijl en het individueel en collectief doorlopen van alle 4 fasen van Kolb 22 : Ervaren (concrete ervaringen opdoen), Reflecteren (observeren en reflecteren), Conceptualiseren (vormen en formuleren van abstracte begrippen), Toepassen (experimenteren en actief toetsen).

Het is best mogelijk dat rollenspel-leermethodieken ervoor zorgen dat er in het onderwijs ook datgene plaatsvindt wat Schumpeter ooit kenschetste als “creative destruction”, een ommekeer waarbij oude methodieken worden vervangen nieuwe, betere zoals bij veel bedrijfsprocessen al het geval is (geweest).

Ondernemenderwijs leren

Ondernemenderwijs leren start dan ook vanuit de vraagkant in authentieke leeromgevingen, het leert competenties te verwerven via het ervaren van successen in zo’n authentieke leeromgeving. “Success drives succes”, heet het in het Engels.
Leren moet immers leiden tot succesvol handelen in de toekomst, in toekomstige beroepssituaties. De ondernemenderwijs methode gaat ervan uit dat je ‘succesvol zijn’ kunt leren.
Succesvolle ervaringen verkrijg je door de juiste kennis, attitude, houding en gedrag tijdens het zelfstandig en het collectief handelen in zo’n authentieke leeromgeving. Ervaringen die je kunt gebruiken in je toekomstig functioneren.

Overigens: inhoudelijk kúnnen via traditionele lesgeef methodes dergelijke succes-ervaringen en de daarmee verbonden competenties niet geleerd worden omdat de context van de schoolorganisatie dat in het algemeen niet toestaat. Een leeromgeving, een context die als authentiek wordt ervaren, ontbreekt veelal in de gekozen leer-werkvormen.
De traditionele structuur van leerprocessen begint veelal met het aanbieden van kennis of het leren van vaardigheden zonder die expliciete nadruk op het ervaren van successen waarbij -delen van- die kennis wordt gebruikt.

Leidt dit tot “succes”?

De wetten van Roelofs

Het verwarren van efficiency met effectiviteit leidt in bureraucratische organisaties (“hokjes denken binnen eigen koninkrijkjes”) in veel gevallen tot ‘penny wise, pound foolish’ besluiten. Een recent voorbeeld (2017) van dergelijke besluitvorming is de traumatische ervaring van studenten die zich bijvoorbeeld niet “tijdig” hadden ingeschreven voor de tentamens als in de afbeelding hierboven en daarvoor werden uitgesloten. De toegevoegde waarde van dit soort situaties voor leerprocessen is negatief.
De vraag is natuurlijk: waarom? Welnu: verderop in dit boek licht ik het begrip rechtmatigheid toe en de focus van overheidsorganisaties hierop. Bovendien zoals ik ook aangeef is effectiviteit van leerprocessen aan verandering onderhevig: de invloed van onze omgeving remt voortdurend de ontwikkeling van nieuwe innovatieve leeromgevingen. Verandering staat in het algemeen haaks op efficiency (natuurlijk niet altijd en heel veel zaken worden wel degelijk veranderd in onderwijsorganisaties. Maar nog altijd is het “urenplaatje” met de inzet van (dure!) docenten de hoofdlijn van aansturing in het onderwijs.
Nu is effectief onderwijs in hoofdlijn het scheppen van authentieke leeromgevingen. Die zijn in het algemeen niet efficiënt, wat haaks staat op het beleid dat focust op efficiency. Vandaar de ervaringsregel die ik hier geformuleerd heb als de “Wet van Roelofs”

Omdat de nadruk ligt op efficiency en verantwoording in bureaucratische organisaties (“hokjes denken binnen eigen koninkrijkjes”) leidt dat in veel gevallen tot ‘penny wise, pound foolish’ besluiten. Leiderschap en keuzes maken ter bevordering van (betere) leerprocessen is ongebruikelijk. De toegevoegde waarde van management voor leerprocessen is overwegend negatief, wat leraren die deze leerprocessen moeten helpen realiseren, frustreert. Géén management is dan per definitie beter.

Omdat de nadruk bureaucratische procesaansturing in het onderwijs, is het onderwijs-management onzeker over de uitvoering, waardoor men de mensen in de uitvoering gaat inzetten als willoze robots in plaats van competente docenten die best in staat zijn al de boontjes te doppen.
De cultuur om robot gedrag te bevorderen en daarmee de onzekerheid voor het onderwijs-management weg te nemen, leidt tot de inzet van bijspijkercursussen die als belangrijkste kenmerk hebben dat ze stompzinnig zijn. Het bevorderen van een informele eenvoudige context ( “wandeling in het bos”, “boottochtje”) die er toe bijdraagt dat oneffenheden worden weggenomen en onderlinge afstemming wordt bevorderd is alleen weggelegd aan de onderwijs-manager die de onzekerheid over de processen overdraagt aan degenen die op de werkvloer het probleem moeten oplossen. Hoe? Door een context te scheppen dat men dat zelf gaat doen. Het verschil tussen push- en pull aansturing van processen. Het verschil tussen een touwtje vooruit proberen te duwen en vooruit te trekken.

80 % van de activiteiten in het onderwijs dragen niet bij aan de leerprocessen, 20 % wel.
20% van de 80% van de activiteiten die niet bijdragen aan leerrpocessen, dragen negatief bij aan diezelfde leerprocessen.

In authentieke leeromgevingen kun je succeservaringen prima bereiken, waardoor de zingeving van het leren beter ingevuld wordt: “waarom” bepaald handelen succesvol is. De
Authenticiteit van de leeromgeving geeft immers ook steeds antwoord op de vraag wáárom je iets zou moeten leren: je moet het geleerde gebruiken om beter te kunnen handelen in praktijksituaties die kenmerkend zijn voor zo’n authentieke leeromgeving. Dus succesvol te leren zijn. Succes is daarbij het doorlopende streven om vooraf vastgestelde doelen te bereiken. 23 Een authentieke omgeving zorgt daarbij voor een functionele context waarbij succes (of falen!) ertoe doet, door de feedback die je over je handelen krijgt. (Juist die voortdurende feedback die je krijgt over je handelen maakt een leerproces in een dynamische leeromgeving als die van LE-Games zo effectief.)

Overigens moet dat “leren” altijd doorgaan, want het altijd doorgaan met leren ontneemt je de luxe om jezelf als slachtoffer van omstandigheden te zien. Door te willen leren, neem je zelf de verantwoordelijkheid voor je eigen successen en voor je mislukkingen.
Als altijd geldt dat een goede voorbereiding dikwijls een absolute voorwaarde voor succes is, of je nu onderhandelt, anderen wilt overtuigen, of producten en diensten verkoopt. Het spreekwoord is niet voor niets: “een goede voorbereiding is het halve werk”. Doe die eerste helft van het werk dan ook, stel ik altijd bij mijn studenten.

Een belangrijk voorbeeld van authentieke leeromgevingen die IN SCHOOL georganiseerd kunnen worden zijn games, simulaties en (rollen)spelsimulaties. Hier kunnen successen behaald worden, kan men falen zien als mislukte pogingen tot succes, zonder dat het de gevolgen heeft die in de werkelijkheid van de echte wereld aan de orde zijn. Vandaar simulatie. Zoals mijn collega Hans Peter stelde: “Je hebt theorie (lessen), je hebt praktijk (stages, afstudeerplekken) en je hebt iets wat daar tussenin zit (simulaties)”.

De verschillen en overeenkomsten tussen games en simulaties worden in dit hoofdstuk kort toegelicht. Ook wordt ingegaan op kritieke succesfactoren bij spelsimulaties.

Maar we beginnen bij een “leerproces” dat in het onderwijs veel meer centraal zou moeten staan: leren ondernemen. Door ondernemerschap te ervaren en daarvan te leren.
Over het belang van ondernemerschap in onze samenleving hoef ik denk ik niet uit te weiden.

Geef een reactie